Oud-ns-amersfoort.jouwweb.nl
Home » RIJDEND PERSONEEL » Machinisten
mcnaftek-1.jpg
maJanVeerkamp.jpg

                      Jan Veerkamp als leerling machinist

Foutje4.jpg
Ongelukje2.jpg
maongeluk3.jpg
mahansbraam.JPG

Begrafenis Hans Braam december 1975, slachtoffer treinkaping bij Wijster

zfout.jpg
zfoutjehijs.jpg
GvdKraats.jpg
mcnjvanDijk.JPG

                                    Machinist Gerrit van de Kraats

mattwisman.jpg
algopendag.jpg

  Mcn Wisman, l.l.Mcn Gerrit Tering                                                                Open dag Zat.10 okt. 1987 Mcn. Arie Scheltes

de3912.jpg

                        Mcn Schreuder en ll.mcn Hofman

mcnzicht.jpg

           Meerijden van Ut naar Amf met mcn Wim van Essen

VOOR ALTIJD EEN SPOORMAN (Uit het AD van donderdag 8 december 2016)

Bijna 40 jaar lang werkte machinist Albert Snijder bij NS. Niet gek trouwens; hij komt uit een echte spoorfamilie. Zijn opa was stationschef in het Drentse dorp Koekange, zijn oom was rangeerder en zijn broer conducteur. Snijder groeide er in zijn geboorteplaats Meppel mee op en was als kind al geboeid door voorbijdenderende treinen.

Snijder begint in Heerlen. Daar maakt hij de oude stoomlocomotief nog mee. Als stoker, zorgt hij voor voldoende stoomdruk door met kolen het vuur brandend te houden. Zwaar werk. Dagelijks is hij met honderden kilo’s kolen in de weer. En dat tijdens onregelmatige werktijden. Vaak ’s nachts, maar de begintijden zijn steeds weer anders. Snijder: “Ze hebben het tegenwoordig over jetlags. Nou, die heb ik dertig jaar lang gehad”.

In 1958 maakt hij de overstap naar de NS in Amersfoort. Daar verricht hij de eerste tien jaar voornamelijk rangeerwerk op diesellocomotieven, zoals het samenstellen van goederentreinen. Het vak gaat pas echt voor Snijder leven als hij aan de slag gaat als machinist. In die hoedanigheid maakt hij van alles mee. Het is nog de tijd dat de machinist tijdens spoorbaanverkenningen alles uit zijn hoofd moest kennen, op soms slecht verlichte spoorwegen met veel onbewaakte overgangen.

Op een keer rijdt hij met de stoptrein van Amsterdam naar Amersfoort. Net wanneer hij Baarn verlaat, lopen er zeven koeien op het spoor. De conducteur gaat er achteraan, maar dat richt weinig uit. “Toen hebben we ze samen naar de kant gedreven, het leek het Wilde Westen wel. Helaas kwamen die beesten in de ernaast gelegen volkstuintjes terecht.”

Op een keer reed hij een goederentrein naar Culemborg. Bij het remmen voor een rood sein merkte hij dat er iets mis was. Hij keek naar achteren, geen goederenwagen te zien. Een collega had de wagens op station Lunetten ontkoppeld. Diezelfde dag klopte de spoorwegpolitie op de cabinedeur: “Wat bijzonders beleefd onderweg, meester?”  “Nee,” zei ik, “Niets wat voor de politie interessant is” Ze keken naar de voorkant van de trein en zeiden : “Wij weten genoeg.” “Bleek dat er iemand voor de trein was gesprongen zonder dat ik het doorhad.”

Andere keren maakt Snijder aanrijdingen wèl bewust mee. Een verklaring voor de hartproblemen die hij als eind-vijftiger krijgt, vermoedt hij. “Je krijgt een bak stress over je heen als je zoiets meemaakt. De scherpe randjes zijn er inmiddels wel af, maar ik heb nog vaak rare dromen over treinen.” Op zijn zestigste ging Snijder met de VUT.

folderB-1.jpg
folderC-1.jpg

                                                                               De folder Leerling Machinist uit 1956

folderD.jpg
folderE.jpg
cabine.jpg